En wederom slaat het noodlot toe. De bekende wielrennerbreuk, ofwel het sleutelbeen. Nog vorig weekend waagde ik te zeggen, hoe je gedurende zo’n winter steeds makkelijker fietst over besneeuwde fietspaden. Je went eraan, het is wat glibberig, maar een beetje aanpassen, en je hebt nergens last van. Als vanochtend de “Wetterdienst” dan ook voor de 100-e keer deze winter een waarschuwing voor gladheid geeft, dan denk ik, het zal wel.

Op een mooi droog wegdek, wind in de rug, suis ik op het grootste blad voor naar mijn werk. Als ik dan ook op 500m van mijn werk op volle snelheid een bocht inrijd, is de verrassing compleet. Nog tijdens de val denk ik, dit kan niet! 2 lieftallige dames ontfermen zich over mij, maar ik voel niks aan mijn sleutelbeen, en besluit voorzichtig door te rijden. Op het werk aangekomen doet alles pijn, en met het ziekenhuis om de hoek wil ik toch even een foto laten maken.

Daar blijkt het spitsuur te zijn, ik ben niet de eerste fietser vanochtend. Schrale troost, en pas 5 uur later sta ik weer buiten. Een collega brengt mij en fiets (onbeschadigd!) naar huis. Met 1 hand schrijf ik mijn blog…